Koffieteelt
Binnen de koffiewereld zijn twee koffiesoorten van belang: arabica en robusta. Beiden hebben hun eigen kenmerken. De ligging van de koffieplantage, maar ook een voedingrijke bodem, de hoeveelheid zon en regen bepalen de karakteristieke smaakeigenschappen van de koffie. De arabicaplant groeit vaak op iets hoger gelegen gebieden dan de robustastruik. Tijdens het seizoen zie je aan de takken, zowel bloesem als onrijpe en rijpe bessen. Die bessen worden geplukt. Als de bessen geoogst zijn, zit het vruchtvlees nog om de kern. Door de bessen te laten drogen of juist te wassen, wordt de kern losgemaakt van het vruchtvlees. Met deze groengekleurde kern - de koffieboon - wordt het traject vervolgd.



